Progamma van de
Sociale Democratische Rechtvaardigheids Partij
- SDRP -


Buitenlandse politiek

De SDRP is voor vreedzame verhoudingen tussen landen en is tegen de uitbuiting van de Derde Wereld. Goede ontwikkelingshulp en respect voor andere culturen voorkomen verdere spanningen.

Onderwijspolitiek

Ons onderwijssysteem is te veel gericht op kennis waar vraagtekens bij kunnen worden geplaatst. Het zien van verbanden, instrumenten ter probleemoplossing, agressiebeheersing en gestructureerd denken moeten een grotere plaats krijgen.

Ethiek en moraal

De neo-liberale hardheid is doorgedrongen tot alle gebieden van de maatschappij, economie, politiek en staat. Onze omgang met elkaar zou weer moeten worden gekenmerkt door gemeenschapszin en eerlijkheid.

Binnenlandse politiek

De staat heeft geen doel in zichzelf, maar is een organisatiestructuur die de burgers in staat moeten stellen een vredig samenleven te hebben. Politici en ambtenaren zijn door ONS aangesteld; we zijn niet hun onderdanen.

Rechtspolitiek

Het algemene rechtsbevinden moet een consequente weerslag vinden in de wetgeving. Straffen moeten rechtvaardiger worden; door een betere politiek moet toegewerkt worden naar het niet begaan van strafbare feiten.

Cultuurpolitiek

Culturele verscheidenheid moet bevorderd worden, mainstream cultuur mag niet gesubsidieerd worden.

Sociale politiek

Volledige werkgelegenheid zal er waarschijnlijk nooit zijn. Dat moet zijn weersalg hebben op de sociale politiek. Wij burgers hebben een menswaardig inkomen nodig, met of zonder werk!

Milieu- en dierenbescherming

We hebben de verplichting de aarde zo te beheren dat deze over duizenden jaren nog met vreugde bewoond kan worden. Daarvoor moeten alle verstorende invloeden op het klimaat en op de planten- en dierensoorten voorkomen / verholpen worden.

Verkeerspolitiek

Door de globalisering nemen de warenstromen alsmaar toe. Deze ontwikkeling die ook van invloed is op het personenverkeer, verlangt nieuwe, betere oplossingen. Deze te ontwikkelen is de opgave van een verantwoorde verkeerspolitiek.

Economische politiek

Zinvol kostverdienend werk is er steeds minder. Daar moet de politiek rekening mee houden. Arbeidsplaatsen te subsidieŽren is de foute weg. Eerder zou de economie geliberaliseerd moeten worden en onodig beheer en staatsbeletsels afgebouwd moeten worden.

Daarvoor in de plaats zou men een onvoorwaardelijk basisinkomen kunnen geven, dat redelijkerwijs in het bestaan kan doen voorzien.

Door de besparingen uit de afbouw van de subsidieregelingen is een probleemloze financiering mogelijk.






Buitenlandse politiek

Europese Unie en uitbreiding

De SDRP ziet de Europese Unie als waarden- en handelsgemeenschap, niet als het aaneengesloten zijn van staten die zich toevallig in het zelfde geografische gebied bevinden dat Europa heet.

De EU is ook geen religieuze gemeenschap.
Dus zouden alle staten die aan bepaalde eisen voldoen, lid kunnen worden. Daaronder valt o.a. mensenrechten, het zijn van een rechtsstaat en hebben van democratie, westelijke waarden als bijvoorbeeld monogamie hebben, een zekere economische kracht en, ook belangrijk, een positieve milieu- en vredenspolitiek.
De samenwerking van de EU lidstaten moet uiteindelijk ook werken. Vooral ook op het gebied van geheime diensten, politie en rechtelijke macht.

De omzetting van EU recht naar nationaal recht moet vlot verlopen, waarbij men moet kijken of het veelvoud aan wetten en regels ook noodzakelijk is.

Alleen een sterke economische en politieke EU kan een tegenwicht vormen tegen de VS, en in de toekomst China.


Globalisering

Daar de globalisering niet meer met slimme maatregels tegen is te houden, zal men de voors en tegens moeten afwegen.

We moeten randvoorwaarden stellen, zodat de globalisering sociaal aanvaardbaar vorm kan krijgen.

In geen geval moeten we de kansen die de globalisering ons biedt mbt. mensenrechten, democratie, milieubescherming en wereldvrede, laten liggen.


Honger en armoede

Niet alleen hier, maar in alle staten, vormen honger en armoede een aanzienlijk gevarenpotentieel voor de vrede.

Veel gewapende konflikten en "etnische zuiveringen", met name in de Derde Wereld, vinden hun oorzaak in een chronische tekortkomen van de bevolking.

De kosten van de hieruit voortkomende inzet van VN vredenstroepen en hulp voor de wederopbouw, zijn gigantisch.

Het is in ons eigen belang, honger en armoede met goede ontwikkelingshulp wereldwijd te bestrijden!


Oorlogen en crisissen

De SDRP is tegen elk gewapend conflikt, maar erkent het recht op verdediging en ondersteunt de plicht tot noodhulp.

Het verdrijven van mensen, volkerenmoord en "etnische zuivering", kan en mag een sociale en democratische maatschappij niet laten gebeuren en wel onafhankelijk van economische belangen.

Daar aan deze zware overtredingen van de mensenrechten praktisch altijd een crisis voorafgaat, is het de opgave van de politiek deze te herkennen en deze, eventueel met dreiging van militair ingrijpen, te voorkomen.

In geen geval mag het voorkomen, dat (zoals bv. in de Balkan) eerst honderdduizenden onschuldige burgers moeten sterven voordat de VN en de EU ingrijpen.

Snelheid van ingrijpen is ook geboden om de agressor op tijd te weerhouden van gruweldaden.

Alleen al door te dreigen met stevig ingrijpen wordt erger voorkomen.

Onafhankelijk van de verhoudingen van de conflikterende partijen, moeten ingrijpende machten en strijdkrachten zich aan de doorvoor gestelde regels houden (Conventie van Geneve, mensenrechten, ethiek en moraal).

Een zelfstandig optreden als de VS in Irak is ten strengste te veroordelen en moet voorkomen worden.

De consequente voortzetting van deze gedachten voor ook conflikten tussen staten en twisten met een economisch element, kan al de opbouw van legers in de ontwikkelingslanden voorkomen.


Terrorisme

Dat er geen doeltreffende afweermiddelen tegen terrorisme zijn, heeft het verleden duidelijk aangetoond. IRA en ETA gingen hun gang in Europa, Rusland en Japan hadden er mee te maken, IsraŽl merkt het dagelijks, hoewel IsraŽl zonder zich iets aan te trekken van alle conventies er keihard tegen optreedt en ook de schijnbaar onaantastbare supermacht van de VS maakt tegen het terrorisme geen kans.

In een hektische hulpeloosheid worden "anti-terreur wetten" uitgeroepen, die onze democratie en rechtsstaat uithollen. Wij voeren oorlogen (Irak, Afghanistan) waarvan de gevolgen niet te overzien zijn. Er wordt gefolterd, gebrandschat en gemoord, van regeringszijde gelogen en bedrogen. Met welk gevolg? Het aantal internationale terreuraanslagen is weer gestegen!

Met miljoenenhoge beloningen proberen de VS de terreurdaders te pakken te krijgen. Maar hoe verhinderen de VS dat met de uitbetaalde beloningen het terrorisme wordt gefinancierd? En betalen ze de beloning niet uit, hebben ze dan niet weer nieuwe terroristen gekweekt?

De enige oplossing is de terroristen de motivatie van hun daden te ontnemen en er gelijktijdig zorg voor te dragen dat zij geen steun meer krijgen van de bevolking.

Daarmee komt de vraag op:"waardoor worden terroristen gemotiveerd en waarom vinden ze ondersteuning bij de bevolking?"

Verplaatst men zich in de denkwijze van een terrorist, dan vindt deze niets verderfelijks aan zijn daad. Geheel in tegendeel: hij vindt iets heroÔsch in zijn aanslag; hij streeft voor hem hoogstaande doelen na, waarvan hij denkt dat ze anders niet te bereiken zijn.

De slachtoffers van de aanslag zijn voor de terrorist "onvermijdelijk", net als bij de Amerikanen een raket weer per ongeluk een woonhuis getroffen heeft.

En de terrorist staat in die mening niet alleen. Hij wordt door grote delen van zijn volk tot held gemaakt. Het volk deelt zijn politieke doel.

Maar al te vaak wordt ons wijsgemaakt dat de terrorist gebrainwashes zou zijn en geleid door religieus fanatisme.

Dat zal ook een rol spelen, maar is echter niet het kernpunt van zijn motivatie. Het kernpunt is, dat de terrorist door zijn eergevoel, uit armoede en door uitbuiting als underdog "met zijn rug tegen de muur staat".

Daarbij doet het er niet toe of het objectief zo is. Bepalend is dat hij het zo voelt.

Het enige middel om het terrorisme te overwinnen, is tolerantie. Gedraag u als gasten, ook wanneer u bezetter bent, respecteer de eer, gewoonten en gebruiken van bevolkingsgroepen en maak eerlijke handelsverdragen. Dan, en alleen dan, wordt het terrorisme overwonnen. Snel, efficiŽnt en tegen lage kosten!





Onderwijspolitiek

De huidige onderwijs-politiek is te veel gericht op feitenkennis. In onze informatiemaatschappij is feitenkennis in overvloed voorhanden en gemakkelijk toegankelijk (bv. internet).
Het zien van samenhangen, problemen en het oplossingsgerichte denken zouden veel meer op de voorgrond moeten komen. Logisch denken en het aandragen van ’handwerktuigen’ die kunnen leiden tot andere vraagstellingen moet bevorderd worden en erg belangrijk: onderwijs is een grondrecht en moet voor iedereen, onafhankelijk van rang of stand, gelijkelijk toegankelijk zijn!
Dat in deze situatie niet beantwoord wordt aan een goede vorming van onze leraren, moet veranderd worden.


School en les

Naast het overbrengen van kennis moeten scholen en leraren onze kinderen en jongeren voorbereiden op het leven.

Veel wat nodig is wordt niet of onvoldoende gedaan. Daartoe behoort bv. het aanleren van een ’strijd-cultuur’, het omgaan met de eigen agressie en die van anderen, stressbestendigheid, het omgaan met tegenslagen en in het bijzonder de ontwikkeling van een eigen, stabiele persoonlijkheid.

Dat we er niet in slagen onze kinderen goed op te voeden, wat toch een investering in de toekomst is, is een ernstige fout.

De consequente opvoeding van onze kinderen, gericht op aangepast gedrag, maakt het de scholen en later de staat en de bedrijven, gemakkelijk. Want zo worden makkelijk te leiden ’onderdanen’ voortgebracht.

Op de lange termijn is aangepast gedrag echter absoluut contra-productief. Want als we immers allemaal volgens dezelfde lijnen denken zal dat niet tot onderscheidende resultaten leiden. Alleen een eigen denken en individuele denk-mechanismen zorgen voor innovatieve en toekomstgerichte oplossingen.

De maatschappij heeft geen behoefte aan onderdanen, maar aan mondige burgers. Maar daar beginnen echter de problemen: onze staat zou zichzelf dan moeten zien als dienstverlenend voor de burgers, onze meerderen zouden onderworpen zijn aan de gedegen controle van de ingezetenen. Dat zou Duitsland vooruit helpen, maar ettelijke stoelen doen wankelen!



Studie en volwassenenonderwijs

Onderwijs moet niet vanuit kosten-plaatjes bekeken worden, maar als investering.

Daarvoor moeten universiteiten ruim voorzien worden van middelen, ook vanuit de economie.

Elites vormen zich door uitzonderlijke prestaties, niet door verordeningen.

De pogingen van de huidige politiek om op kunstmatige wijze elite universiteiten op te richten is dan ook bij voorbaat tot mislukken gedoemd.

Alleen een eerlijke competitie tussen de hogescholen en tussen de studenten zal leiden tot hoog-gekwalificeerd onderwijs en onderzoek.






Ethiek en moraal

Maatschappij-ethiek

Sinds geruime tijd zien we ontwikkelingen die een positieve toekomstgerichte maatschappij tegengaan.

Gebrek aan hulpvaardigheid, egoÔsme, woordbreuk, vandalisme en niet als laatste een stijgend aantal zelfmoorden zijn de uitdrukking van verkeerde ontwikkkelingen.

Om maar niet te spreken van het toenemend geweld, ook onder kinderen en de jeugd.

Redenen daarvoor zijn zeker te vinden in perspectiefloosheid, angst voor de toekomst, gebrek aan goede voorbeelden en ongepaste waardenvoorstellingen.


Als aanzetten tot oplossingen zijn er:

  • Druk uit de maatschappij wegnemen, zoals bv. van overregulering om zo de eigen verantwoordelijkheid te bevorderen.

  • Zekerheid bieden door de invoering van het basisinkomen.

  • Goede voorbeelden verschaffen doordat leidinggevenden in politiek en economie fatsoen en moraal ten toon spreiden.

  • Verkeerde ontwikkelingen bij kinderen voorkomen door de leerplannen te veranderen.



Politieke moraal

Partijfunctionarissen, afgevaardigden, burgemeesters, ministers, premiers en niet als laatste, ambtenaren zijn de leidende krachten van ons staatssysteem. Door wet en verorderning wordt aan deze leidinggevende groep veel macht in handen gegeven. Deze machtsrechten brengen natuurlijk ook aanzienlijke plichten met zich mee. Plichten waarop wij burgers, een moreel-sociologische aanspraak kunnen maken.

Naast een uitstekende vakbekwaamheid moeten aan de leidinggevende krachten de hoogst mogelijke morele eisen gesteld worden in de zin van een moderne, verlichte maatschappij.

Moreel in politieke zin betekent eerlijkheid, wetsgetrouwheid, plichtsbewustzijn in het bijzonder tov. de burgers en trouw aan het mandaat.

Tegenover de tot op heden gangbare praktijk strafbare feiten van prominente personen met een lichte strafmaat te bestraffen, zijn wij voor zeer strenge straffen.

Bijzonder verwerpelijk zijn belastingontduiking, vriendjespolitiek, passieve en actieve corruptie, ontrouw en zelfverrijking van personen met een voorbeeldfunctie.

Openbare, bewust verkeerde uitspraken ("de rente is zeker") als ook 'toegevoegde daden' (bv. het vervalsen van statistieken) moeten met een strenge strafmaat bestraft worden.



Ondernemingsmoraal

In tegendeel van de politiek zijn de moraal en de ethiek in het economische leven wezenlijk gedifferentieerder.

Terwijl politici uiteindelijk alleen verplichtingen hebben tov. de burgers, hebben ondernemers verplichtingen tav. de burgers in het algemeen (bv. milieubescherming), hun arbeiders (arbeidsplaatsen, arbeidsvoorwaarden, lonen), hun onderneming en aandeelhouders.

Bezien op de lange termijn veroorzaken deze verplichtingen geen tegenstrijdigheden. Alleen bij kortzichtige ondernemingspolitiek treden belangenconflikten op. En die worden des te groter naarmate de denkwijze beperkter is.





Binnenlandse politiek

Voor wat betreft het staatsapparaat is een andere wijze van denken noodzakelijk. Sinds jaren verbergen onze politici van binnenlandse zaken bestuurlijke en maatschappelijke verkeerde ontwikkelingen door een vloed aan wetten, verorderningen en , nog veel erger, door inperking van burger- en mensenrechten.
Politici, ambtenaren en het bestuur in het algemeen, moeten eindelijk begrijpen dat wij burgers niet langer hun onderdanen zijn.
Wij burgers betalen voor ons bestuur; politici en ambtenaren zijn door ons aangesteld.
Dat is de staatsopvatting van de SDRP.
Verkeerde ontwikkelingen zijn door het bijstellen van de randvoorwaarden bij te sturen, niet door leugen en onderdrukking.


Bestuur

De gehele bestuur-jungle met alle wetten en verorderningen behoeft nodig een grondig onderzoek: op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau.

Het gehele bestuurs-apparaat zou moeten worden afgeslankt en efficiŽnter gemaakt moeten worden. Een goed inkoopsbeleid en doordachte bedrijfssluitingen verzekeren een kostenbesparing. Gelijktijdig is een grotere service-bereidheid nodig.

Bij de inrichting van de bestuursgebouwen is luxe misplaatst. Het hoeft niet Spartaans ingericht te zijn, maar designlampen zijn bv. overdreven.



Veiligheid

Daar een verhoging van de veiligheid meestal gepaard gaat met een inperking van de persoonlijke vrijheden, is bij het thema „veiligheid“ niet alleen een zeer doordacht handelen vereist. Er moet daarbij ook aandacht gegeven worden aan filosofische en ethische gezichtspunten.

Maar hoe is nu de goede middenweg te vinden? Een aanzet tot een oplossing biedt het omzetten van „veiligheid“ in „vrij zijn van angst“.

Want „vrij van angst“ kan iemand alleen zijn als de juiste randvoorwaarden voorhanden zijn.

Criminaliteitspreventie door verscherping van wetten en een versterking van bewaking is de verkeerde weg. Dat leert ons in ieder geval de ervaring met Stasi en SS.

Een sterke stijging van de ophelderingsquota bij een gelijktijdige afname van bewaking zou eenduidig de betere weg zijn.

De inrichting van een goed gesloten genenbank op brede basis zou daarbij zeer behulpzaam zijn.

In de zin van een op randvoorwaarden georiŽnteerde politiek behoren de thema’s terrorisme, economische en ander criminaliteit, vandalisme etc. bij andere categorieën.



Immigratie en asiel

De invoering van een basisinkomen beïnvloedt, oppervlakkig bezien, de immigratie- en asielproblematiek.

Daarbij moet men vervolgens vaststellen, dat de noodzaak tot toelaten van asielzoekers eigenlijk binnen het bereik van de buitenlandse politiek valt, want zouden de economische en politieke verhoudingen in de zogemaamde „vluchtstaten“ in orde zijn, dan zou er geen reden zijn tot vertrek.

Daar het echter niet realistisch is te veronderstellen dat deze problemen binnen korte tijd opgelost zullen zijn, zullen we ons verder geconfronteerd zien met de asielproblematiek.

Asiel moet niet uitmonden in permanent verblijf. Toch is de praktijk die tot nu toe er op gericht was het verblijf van de asielzoekers zo onaangemaam mogelijk te maken, de verkeerde weg.

Veel eerder zouden we de verblijftijd van de asielzoeker moeten gebruiken om hem verder te vormen en te doen ontwikkelen. Want, ten minste op de langere termijn, is dat de goedkoopste en effectiefste vorm van ontwikkelingshulp.

Voor immigratie van burgers van buiten de EU, ook in de vorm van een „Greencard“, is geen aanleiding, evenmin na de invoering van het basisinkomen.

De eisen van de industrie voor een invoering van een „Greencard“, zijn enkel en alleen daarop gericht te kunnen beschikken over goedkope academisch gevormde arbeidskrachten.

Voor anderen is het contraproductief, om van ontwikkelingslanden als India of Pakisten de burgers te weren, die juist de weg naar democratie in hun landen mogelijk maken.

De immigratie uit EU-landen laat zich in zoverre begrenzen dat het basisinkomen alleen bij lang verblijf door het land van immigratie (bv. Duitsland) het basisinkomen betaalt. Het is anders zo dat het land van herkomst voor de kosten van het basisinkomen opdraait.

Blijft nog over op te merken dat de invoering van het basisinkomen het enige tot nu toe bekende concept is dat de sociale vrede ook langdurig verzekert.





Rechtspolitiek

De door de SDRP voorgestelde omdenkprocessen moeten ook op rechtsgebied doorgevoerd worden. Naast deze veranderingen moeten ook het algemeen rechts- en onrechtsgevoel zich consequent in de wet zijn weerslag vinden. Dat leidt tot een teruggang van het aantal processen en tot kortere processen.

Onafhankelijk daarvan is het zeer noodzakelijk de procesduur bij alle instanties en procesprocedures drastisch in te perken. Slechts alleen deze bespoediging kan leiden tot gerechtigheid en rechtszekerheid.



Drugs en verslavingscriminaliteit

Al sinds mensenheugnis brengt men zich met de meest fantastische middelen in een bedwelmde toestand.

Het middelen-scala gaat daarbij van „dans tot in trance“ of van giftige planten tot de synthetische drugs van vandaag.

Alle pogingen bedwelmende middelen te verbieden, zijn volledig mislukt. Nog nooit waren bewelmende middelen in zo'n groot scala en hoeveelheid beschikbaar als nu. En dat terwijl de staat miljoenen uitgeeft aan drugsbestrijding en er in veel landen hoge straffen (tot de doodstraf toe) staan op drugshandel.

Bekijkt men de ontwikkeling van de drugsconsumptie, van de drugs en hun geografische gebieden, dan komt men tot het volgende beeld:

Elk geografisch gebied heeft sinds zeer lange tijd terug haar eigen drugs, zo bv. alcohol in Midden Europa, in Amerika cocaÔne en mescaline, in het Oosten opium. Het gebruik van deze regional drugs over vele duizenden jaren heeft geen ernstige schade aan de maatschappijen toegebracht. Anders waren deze volken niet in staat geweest te overleven. Pas het overbrengen van de drugs van de ene regio naar de andere bracht problemen. Het ontbreekt de maatschappij aan de door de jaren heen onstane ervaring met de drugs en hoe er mee om te gaan. Voor een soortgelijk probleem staat de maatschappij met nieuwe drugs, waarvan het verslavingspotentieel enorm hoog is. Zo ontstond uit wijn, schnaps, uit opium heroÔne, uit coca-bladeren cocaÔne. Met de nieuwste drugs zoals bv. LSD of extasy is er in geeneen maatschappij ervaring voorhanden hoe daarmee om te gaan.

Een verder, zwaarwegend probleem van de geglobaliseerde drugswereld is de handel in drugs. De in de illegaliteit levende drugsdealer zal altijd proberen zijn klanten tot zwaardere drugs te bewegen waar men meer aan verslaafd raakt om zo zijn afzet te verzekeren. De verslaafde zal dan altijd wegen vinden om aan de benodigde financiŽle middelen te komen om deze drugs te bekostigen. Een groot aantal misdrijven is een geval van verslavingscriminaliteit. Begonnen bij de tasjesdiefstal, via prostitutie tot roofmoord.

De schade geleden door de daad zelf, het politiewerk en dat van de strafvoltrekking is gigantisch en niet langer op te brengen.

Zoals de ervaring leert, heeft tot nu toe geen enkel middel geholpen, maar vrijgave van drugs is ethisch noch financieel verdedigbaar.


Een drievoudig model zou een uitweg uit het probleem kunnen bieden:

  1. Goede scholing over drugs en tegelijk wegen aangeven die leiden tot de opbouw van een stabiele persoonlijkheid.

  2. Enkele „lichte drugs“ vrijgeven via een wettig systeem. Zo is men zeker dat men buiten het crimineel circuit blijft.

  3. Wie echter toch van harddrugs (bv. heroÔne) afhankelijk wordt, zou deze kostenloos of zeer goedkoop voor direct gebruik op speciale plekken (voor methadonverstrekking) moeten kunnen krijgen.


Wie dan nog aan hard drugs verslaafd is, zou deze gratis of zeer goedkoop moeten kunnen krijgen. De voordelen van dit model liggen voor de hand:

Het verdwijnen van de drugscriminaliteit, daling van de ziektekosten door het niet overbrengen van Aids, Hepatitus C etc., drastische daling van vraag naar drugs op de zwarte markt, dat zou leiden tot het ineenstorten van de drugskartels waardoor er op de zwarte markt geen drugs meer voorhanden zouden zijn.

Een verder voordeel van de gratis verstrekking van drugs is dat men contact heeft met de verslaafde en deze zo gemakkelijker begeleid kan worden naar therapie.



Strafwetten en rechtsgang

In ons strafrecht is ťťn en ander mis. Zo worden op onduidelijke gronden, strafdaden tegen lijf en leden in vergelijk met eigendomsdelicten, veel te zwak bestraft, echte ongelukken met lichaamsverwonding in vergelijk met opzettelijke lichaamsverwonding te hard bestraft en bij eigendomsdelicten wordt veel te weinig gekeken naar de hoogte van de ’buit’.

Verder wordt in de strafbepaling veel te weinig rekening gehouden met de draagkracht van de dader. Bestraft men iemand met een uitkering met Ä 1000,- dan treft dat hem wezenlijk harder dan iemand die goed verdient met Ä 10.000,- te bestraffen. Want degene met een uitketring heeft geen reserves waar hij op kan terugvallen, degene met een baan koopt alleen zijn nieuwe auto twee jaar later of teert wat in op zijn spaargeld.

Bijzonder afkeurenswaardig is de huidige praktijk prominente starfdaders goed weg te laten komen en gewone burgers als voorbeeld te stellen.

Exact bij vermogende of goed verdienenede strafdaders zou het goed zijn, naast een geldboete ook „duurarrest“ voor ťťn of meer vakantieperioden toe te passen. Dat zou de dader treffen, zonder hem werkelijk te schaden.

Verder zou de starfvoltrekking niet alleen als verzoeningsmiddel van de staat gezien moeten worden, maar veel meer als een mogelijkheid gezien moeten worden als een middel, om de dader weer op het rechte pad te krijgen via scholing en zorg.

Het is al bewezen dat de hogere kosten die dat met zich meebrengt zich terugbetalen omdat het percentage dat terugvalt, daalt.



Administratief Recht

Het gehele administratieve recht moet duidelijker en doorzichtiger worden.

Administratieve rec htbanken zijn rechtbanken die er eigenlijk niet behoren te zijn, want de staat en de ambtenarij moeten zich pijnlijk nauwkeurig houden aan de voorschriften want de staat heeft immers een voorbeeldfunctie.

Verder moet in het administratieve recht eindelijk een moderne staatsopvatting tov. de mondige burger -weg van de onderdaan- en het algemeen rechtsgevoel vastgelegd worden.

Dat geldt ook in het bijzonder voor politieopgaven - wetten.



Burgerlijk recht

In tijden van verder verwijderende economische macht van bedrijven en burgers, is het burgerlijk recht nodig om zorg te dragen voor evenwichtigen verdragen.

Maar al te vaak kunnen banken, onroerend-goed „haaien“ en bedrijven via „slimme“ verdragen hun plannen tegen elk rechtsgevoel doorzetten.

Onzekere arbeidsplaatsen en te laag inkomen bij brede lagen van de maatschappij maken een omslag in het schuldrecht noodzakelijk.

De praktijk tot op heden om, vorderingen op kosten van de schuldenaar aan advodcaten en incassobureau's ter incassering over te dragen, benadeelt de schuldenaar onevenredig en is er vaak schuld aan, dat uit eenb financiŽle crisis het absolute failissement volgt van de schuldenaar.

Ondernemingen hebben de mogelijkheid hun diensten tegen contante betaling af te wikkelen. Wanneer zij op krediet leveren, doen zij dat om hun afzet en winst te vergroten, niet om de klant een genoegen te doen. Tegen deze achtergrond, is het zeer afkeuringswaardig, deze door rente en kosten in nood geraakte klant te ruÔneren.

Op zijn minst moet de schuldenaar de mogelijkheid gegeven worden zich te onttrekken aan de incassolasten als hij de vordering erkent en zijn onvermogen tot betaling doet blijken.





Cultuurpolitiek

Enige gebieden van het maatschappelijke leven zouden niet gecommercialiseerd moeten worden, omdat anders de broodnodige verscheidenheid op cultuurgebied verloren zou gaan. Tot deze gebieden hoort bv. ook de filosofie, die beter thuis is op de universiteiten, ook wanneer er sterke wisselwerkingen met de cultuur vast te stellen zijn.

De vraagstelling luidt niet, of cultuur gesubsidieerd moet worden, de vraag luidt in welke mate.



Beeldende kunsten

De opgave van de staat zou moeten zijn, werkplekken, ateliers en galerieŽn te onderhouden, om kunstenaars de beoefening en de tentoonstelling van hun werk mogelijk te maken.

Daar een objectieve beoordeling van kunst eenvoudigweg onmogelijk is, zou de staat uiterst terughoudend moeten zijn openbare gebouwen van kunstwerken te voorzien van kunstenaars van naam.

Veel eerder zouden openbare gebouwen als goedkoop platform ter tentoonstelling van (nog) niet bekende kunstenaars gebruikt moeten worden.

Economisch succes moet ook de kunstenaar in de vrije markt zoeken.



Media

In principe is een zo breed mogelijk medialandschap wenselijk. Niettemin valt er een tendens van gelijkschakeling van de verschillende media waar te nemen.

Zo zijn de verschillen tussen de programma's van de commerciŽle zenders niet erg groot meer, en lijken de publieke zenders meer en meer op de commerciŽle.

ARD en ZDF worden, zoals bekend is door kijk- en luistergeld gefinancierd. Deze financieringsvorm moet een onafhankelijke programmering verzekeren, en wel onafhankelijk van de regering, reclameinkomsten en zeker ook van kijkdichtheid. Zij hebben een (culturele) vormingsopdracht.

Deze opdracht komen de publieke zenders evenwel niet genoeg na. In plaats van alternatieven aan te bieden voor de „reality-“ en „talkshows“ van de commerciŽle zenders, en gaten in de markt op te vullen, worden miljoenen uitgegeven aan uitzendrechten voor sport.

Deze informatieverschaffing moeten de publieke zenders aan de commerciŽle overlaten. Niet alleen is het dan zo dat de gelden die bedoeld zijn voor een aan deze opdracht beantwoordende programmering, besteed zijn, maar ook het aanbod lijdt er onder.

Op het gebied van de gedrukte media is het interessant dat dit „gelijkschakelingsproces“ niet in gelijke mate plaats heeft.

Helaas probeert de staat nu ook controle over internet te krijgen. Op enkele uitzonderingen na (bv. kinderpornografie) is het in het belang van een sociaal georiŽnteerde samenleving zich vrij te kunnen bewegen.

Waar ook kanttekeningen bij zijn te plaatsen, zijn het laten zien van geweld in actiefilms en videospelen. Wat daar wordt toegelaten aan moord en doodslag staat niet in verhouding met wat toegelaten wordt op het erotische vlak.



Muziek

In principe gaan de uitspraken mbt. het gebied van de „beeldende kunsten“ ook op voor de „muziek“.

In het bijzonder op het gebied van „klassiek“, „opera“ en „operette“ worden, gesubsidieerd door publieke middelen, gages en uitrustingskosten bekostigd, die in geen verhouding staan met wat er aan geld binnenkomt via entreegelden.

In het bijzonder mist de jeugd musici met een voorbeeldfunctie. Dat bij de grote platenmaatschappijen sterren met een gezond zelfbewustzijn niet gewenst zijn, zouden de publieke zenders moeten compenseren, door aan „doorgegroeide“ kunstenaars en bands op het gebied van de lichte muziek een platform te bieden.

Dit zou ten minste een weg zijn, om op de jeugd waarden als doorzettingsvermogen, over te dragen.



Theater

Ook wanneer het voorgaande op het theater van toepassing is, veroorzaken de voor het theater noodzakelijke toneelspelers, gigantische kosten.

Deze kosten alleen door subsidie te laten dragen, heeft geen zin.

Zo zou er gedacht kunnen worden aan de daar voorhanden zijnde voorstellingstechniek, commercieel te gebruiken, zonder het theaterbedrijf in gevaar te laten komen.





Sociale Zaken

Het door Bismarck ingevoerde sociale systeem is gedurende vele decennia overeind gebleven; nu staat het voor de financiŽle ineenstorting.

In plaats van antwoord op de vraag te zoeken, waarom het systeem bedreigd wordt, hebben regeringen met fiscale maatregelen als bijdrageverhogingen, zonder succes geprobeerd de collapse te voorkomen.

Daarbij werd niet gelet op het feit, dat de basis voor de hoogte ervan, het arbeidsinkomen, niet toekomstgericht was.

Bismarck heeft het arbeidsinkomen als basis voor de hoogte kunnen nemen, want het stond toentertijd in vaste samenhang met de productie - zonder werk geen product.

Het arbeidsinkomen was zo gerelateerd aan de productiviteit. De productiviteit stond dus aan de basis van de financiering van het sociale systeem.

Koppelen we de hoogte van de uitkering aan de productiviteit en niet aan het arbeidsinkomen, dan zal het systeem ook in de toekomst werken.

Er ontbreken dan echter individuele bijdragebetalingen, zodat ook uitbetalingen niet individueel, maar als gemiddelde, gedaan moeten worden.

Een verder voordeel van een productiviteitsafhankelijke financiering van het sociale systeem, is dat op deze wijze ook goederen en dienstverleningen uit lage lonen landen, bijdragen aan de sociale verzekering.

Verder wordt ook zekergesteld, dat ook geld uit kapitaalvermogen, provisies, speculaties en onroerende goederen, een bijdrage leveren ter financiering van het sociale systeem.



Werkloosheid

Zowel in de politiek alsook in de maatschappij wordt het begrip „werkloos“ heel vaak met „zonder middel van bestaan“ verwisseld.

Een privťpersoon, die louter van de erfenis van zijn ouders op grote voet leeft, dus niet werkt en zogezegd werkloos is, zou noch door de maatschappij noch door de politiek als werkloze betiteld worden.

Dit in tegenstelling tot de uiterst deugdzame, geŽngageerde burger die zich geheel toelegt op zijn verenigings- en vrijwilligerswerk. Deze persoon wordt als werkloze en soms zelfs als „klaploper“ betiteld, hoewel hij slechts zonder middelen van bestaan is. Want hij werkt, alleen zonder loon, zonder inkomen.

En zonder de werkenden zonder inkomen zou veel van het maatschappelijke leven ophouden te bestaan: nooddiensten, brandweer, reddingsdiensten, partijen, verenigingen.

Zonder particulieren zou de party-service heel wat minder opdrachten hebben...

De factor „arbeid“ verliest door de steeds hoger wordende automatiseringsgraad in toenemende mate aan gewicht. Aan volledige werkgelegenheid in de gebruikelijke zin valt niet meer te denken.

Oplossingen als zelfstandige werkzaamheid en lage lonen banen zijn geen goede oplossingen.

Dit omdat het moreel-ethisch niet verdedigbaar is uitkeringstrekkers in een zelfstandige werkzaamheid te persen, waarvoor er geen markt is, of tot een baan te dwingen waarbij het lage loon geen uitkomst biedt.

Net zo min is het verdedigbaar, uitkeringstrekkers eerst hun vermogen op te laten maken voordat er hulp wordt gegeven; ten minste, wanneer de hulpbehoevendheid niet zelfverschuldigd geworden is.

Uitkeringstrekkers mogen niet tot tweederangsburgers gedegradeerd worden.



Gezondheid / ziektekostenverzekering


De ziektekostenverzekering wordt principieel in de volgende gevallen uitgekeerd:

  1. Ziekten die hun grond vinden in een persoonlijke-biologische aanleg.

  2. Ziekten ontstaan door genotsmiddelen of milieuvervuiling.

  3. Ongelukken waarbij geen objecten als machines, sportapparaten, voertuigen of ladders betrokken zijn.

  4. Ongelukken wel met deze objecten.

  5. Preventieve gezondheidszorg.



Financiering van ziektekostenverzekering

Als basis een solidaire en het veroorzakersprincipe volgende financiering van de ziektekostenverzekering nemend brengt ons dat tot een solidaire financiering in het geval van 1. (persoonlijke aanleg) 3. (ongelukken zonder objecten) en 5. (preventieve gezondheidszorg); en het veroorzakersprincipe volgende financiering bij 2. (genotsmiddelen) en 4. (ongelukken met objecten).

Het solidaire financieringsaandeel wordt over een ziektekostenverzekeringsaandeel uit de algemene belasting gefinancieerd.

De uit het veroorzakerprincipe volgende ziektekostenverzekeringsaandeel wordt gefinancierd uit een BTW toeslag op enkele produkten.

Bv. worden de kosten veroorzaakt door roken gefinancierd door een belasting op sigaretten.

Deze gezondheidsafdrage wordt in een redelijk tijdbestek (bv. 2 jaar) opnieuw berekend en vastgesteld.

In dit financieringssysteem is ook de zorg / pleeg verzekering goed te integreren.



Zorg / pleeg verzekering

De tot op heden scheiding van ziektekostenverzekering en zorg / pleeg verzekering heeft geen zin en leidt tot afwentelen van kosten tussen de verschillende verzekeringen, die voor de verzekerden en de ziektenkassen alleen maar nadelig zijn (duitse situatie).



Dekkingen van de ziekteverzekering

De dekkingen van de ziekteverzekering moeten gericht zijn op het medisch mogelijke.

In geen geval mag een gebrekkig inkomen leiden tot minder medische zorg. Dat geldt ook voor de tandverzorging. De mogelijkheid de zorg inkomensafhankelijk te maken is mensonterend en lijkt op een moderne vorm van slavernij.



Bezuinigingen in het gezondheidwezen

Het hele afrekenings- en artsverorderingssysteem moet opnieuw doordacht worden.

Enerzijds moet de medische zorg volledig in stand gehouden of weer opgebouwd worden, anderzijds moet het systeem een efficiŽntere vorm krijgen.

Er moeten systemen komen die onnodige verorderingen uitsluiten, zonder de nodige zorg te verbieden. Declaratiebedrog moet wegens de bijzondere vertrouwenspositie van artsen en apothekers streng bestraft worden.

Het grenzeloze winstbejag van de pharmaceutische industrie moet een halt worden toegeroepen, eventueel door het in het leven roepen van een concurrent in handen van de staat.

Fouten in de behandeling van de artsen zouden door de ziekteverzekering in mindering gebracht moeten worden. De ziekenhuizen moeten eindelijk een degelijk boekhoudings- en documentatiesysteem invoeren. Het ons door de overheid verplicht gestelde inkoopmanagement, is ook op de ziekenhuizen toe te passen.

Voor- en nazorg valt overal te ondersteunen waar een kosten en/of een ziektestanddaling te verwachten is. Daarbij moet het geheel in ogenschouw genomen worden, want ook een gebrek aan levenskwaliteit maakt ziek.

Een verdere mogelijkheid voor kostendaling bij de ziekteverzekeraars, is het bekijken van de soort behandeling van een arts bij gelijke ziektebeelden. InefficiŽnt werkende artsen zouden dan door bepaalde maatregelen (scholing, afrekeningskortingen etc.) tot het bereiken van het gemiddelde bewogen moeten worden.

Uitkeringen

De demografische ontwikkeling laat een op de hoogte van het loon gebaseerde uitkering volgens het generatieverdrag niet langer toe.

De invoering van een basisuitkering lijkt de enige uitweg te zijn. Onduidelijk blijft echter hoe de overgang naar de basisuitkering gefinancieerd moet worden.

Door de invoering van het basisinkomen valt het uitkeringsprobleem weg, want het basisinkomen is dan als het ware de basisuitkering.

De overgangsfase van de uitkering volgens generatieverdrag zou o.a. gefinancierd kunnen worden door een erfbelasting voor een bepaald termijn, een belasting op luxegoederen, en door verrekening met het basisinkomen.



Sociale Bijstand

Met de invoering van het basisinkomen vervalt ook de sociale bijstand. Alleen in enkele uitzonderlijke gevallen zou die nog nodig zijn, zoals bij plotselinge dakloosheid en bij overgangssituaties van vrijgekomen gevangenenen.





Milieu- en dierbescherming

De SDRP veroordeelt elke vorm van milieuvernietiging die boven de absoluut noodzakelijke maat heen gaat om een modern, mobiel leven mogelijk te maken.

We zijn voor een duurzame omgang met dieren; daar hoort ook bij dierproeven tot het absolute minimum te beperken.

We hebben de onafwijsbare verplichting zo te beheren dat deze ook over duizenden jaren nog een plek is die met vreugde bewoond kan worden.



Atomenergie


Al hebben atoomreactoren met een Eurpese standaard over het algemeen een acceptabel veiligheidsniveau, er zijn toch minstens drie redenen waarom e er mee moeten stoppen:

  1. Het benodigde uranium is maar zeer beperkt voorradig.

  2. Atoomreactoren veroorzaken zoveel restwarmte dat ze tot klimaatveranderingen leiden.

  3. Het probleem van het aoomafval dat nog duizenden jaren actief bljft, is nog niet opgelost.


De opslag in mijnen mag voor de komende tientallen jaren als veilig worden aangemerkt, geen enkele serieus te nemen wetenschapper durft echter een prognose voor slechts 500 of 1000 jaar te geven.

Er zouden echter prognoses voor tientallen duizenden jaren moeten zijn. Het valt niet te bedenken wat er gebeurt als het afval in het grondwater komt. Al zou dat pas over enkele duizenden jaren zijn.

Een duurzaam en veilig onschadelijk maken van reeds opgeslagen atoomafval zal nog een grote opgave voor de mensheid worden.



Energiewinning en besparing

Als bij alle politieke maatregelen, moet men ook bij milieubescherming denken aan de invloed van een maatregel op het geheel. Dit globale denken dat ook kijkt naar uitwerkingen op lange termijn ontbreekt bij haast alle politieke beslissingen en concepten van de laatste jaren.

Het is aan de SDRP dat anders te doen.

Juist bij energiewinning is dit beginsel onontmisbaar om foutieve ontwikkelingen te voorkomen.


Als voorbeeld nemen we zonnecellen:

Als men alle factoren erin betrekt, produceert een zonnecel, over de gehele levensduur gerekend, in onze geografische situatie, ongeveer evenveel energie dan die nodig is om hem te maken. Daar komen dan nog de afvalstoffen bij de productie bij. Toch wordt deze technologie met miljoenen gesubsidieerd.


Voor windenergie geldt een soortgelijk verhaal.

Beide technologieŽn hebben zeker bestaansrecht, maar niet als vervanging van atoomenergie of conventionele energieopwekkers.

De sleutel tot de tokomstige energiewinning is een mix van zonne-energie en benutting van de aardwarmte (geothermie). Beide energiebronnen zijn praktisch onbeperkt beschikbaar, schaden het milieu niet, zijn kostenloos en overal voor handen.

Geothermie? Geothermie is het gebruik van de warmte binnen in de aarde. Daarvoor worden twee gaten van ongeveer 4 km. diep in de bodem geboord, in de ene wordt dan water ingeperst, dat onder sterke druk tot 200-300 graden verhit raakt, door de tweede buis naar boven komt om daar een stoomturbine aan te drijven.

Vervolgens kan (hoeft echter niet, dit in tegenstelling tot de kerncentrale) het water voor weer gekoeld worden waarbij de warmte wordt gebruikt voor decentrale verwarming om daarna weer in het eerste boorgat gepompt te worden.

Bovendien doet dit systeem beschikken over zogenaamde proceswarmte voor de chemische industrie.

Daar de aardwarmte pratisch onbeperkt en kostenloos ter beschikking staat, is de hoogtechnische productie van waterstof betrekkelijk onproblematisch. Deze waterstof vervangt dan de tot op heden gebruikte energiebronnen als olie, benziene, aardgas en kolen, zonder daarbij schadelijke afvalgassen te produceren. In verbinding met een gaskathalisator komt er slechts waterdamp uit de schoorsteen of uitlaatpijp.

Bedenkt men, dat de aardoliereserven nog slechts (afhankelijk van de ontwikkeling van China) 30 tot 50 jaar beschikbaar zijn, is het voor de invoering van nieuwe, milieuvriendelijke energiebronnen de allerhoogste tijd.

Economisch zou de ontwikkeling van aardwarmte-energie exportmogelijkheden met zich meebrengen en zo weer een pluspunt betekenen.

Wat buitnlandse politiek betreft brengt de onafhankelijkheid van aardolie voor- en nadelen met zich mee: wij worden zelfvoorzienend, OPEC landen verliezen e chter hun voornaamste bron van inkomsten.

In belang van de wereldvrede mogen we de OPEC landen dan niet in de kou laten staan, maar moeten hun bestaan bedreigende inkomensverlies met daartoe geŽigende middelen compenseren.

Ook wanneer door invoering van nieuwe energiewinningtechnologieŽn het energie sparen wat naar de achtergrond verschoven kan worden, is zuinig omgaan met energie nog immer nodig, alleen al vanuit het gezichtspunt van warmteverlies.

De huidige al ingeslagen weg moet consequent vervolgd en verder ontwikkeld worden.

Daartoe horen bv. de verdere uitbreiding van zonnecollectoren voor verwarming van water, isolatie van gebouwen, slimme oplossingen bij nieuwbouw, en de ontwikkeling vanenergiesparende verkeersoplossingen.

Veel huidige concepten zijn slecht doordacht. Een voorbeeld is de inzameling van restmateriaal:

In veel gemeenten moeten de inwoners hun plasticafval zelf naar het verzamelpunt brengen. Daar dit vaak met de auto gebeurt wordt het grondstof en energiebesparende effect ster verminderd of zelfs omgekeerd.

Elke actie tbv. het milieu moet vanuit het geheel bekeken worden en moeten zonodig gecorrigeerd worden.



Gentechnologie

Op haast geen enkel ander terrein liggen vloek en zegen zo dicht bij elkaar als bij de gentechnologie.

De positieve mogelijkheden die de gentechnologie heeft op medisch gebied, moet in geen geval onbenut blijven. De enorme risico's die gentechnologie met zich meebrengt, moeten in alle gevallen geneutraliseerd worden.

We moeten ons daarbij beseffen dat genmanipulatie een „spel met God“, betekent.

En wie voor „God speelt“ moet geen financiŽle belangen hebben, want geld verderft het karakter...

Vandaar dat de SDRP zich verzet tegen het afgeven van patenten voor planten en dieren, zaad of eicellen en ander biologisch leven.

Op levensmiddelen moet altijd aangegeven staan dat ze gentechnologisch zijn veranderd, en de onbeperkte verbouw van deze veranderde gewaasen moet vermeden worden en zo ver mogelijk ingeperkt worden, want een noodzakelijkheid is er niet.

Op het gebied van het embryonale stamcellenonderzoek moeten de allerhoogste ethische eisen gesteld worden, een slingerkoers is juist hier volledig misplaatst.

De huidige regeling waarbij de afname van stamcellen verboden is, maar aan -uit het buitenland geÔmporteerde- stamcellen onderzoek gedaan mag worden, is in hoogste mate verwerpelijk.

Of men komt tot de conclusie dat onderzoek aan stamcellen ethisch- moreel niet verantwoord is, en dan wordt er gewoon geen onderzoek gedaan.

Of men komt tot de conclusie dat dit onderzoek wel verantwoord is en dan moet afname toegestaan worden.

Het huidige standpunt, waarin iemand het ethisch verwerpelijke afnemen van stamcellen heeft uitgevoerd en dan zijn de stamcellen er nu eenmaal en wordt er onderzoek gedaan, is een toonbeeld van dubbelmoraal.

Helaas zijn veel van onze wetten en veronrderinge gebaseerd op dubbelmoraal, wat al erg genoeg is.

Wanneer de mens echter gaat sleutelen binnen de „schepping“, dan moet het wettelijk kader ethisch-moreel goed gedefinieerd en eenduidig zijn.



Waterbeleid

In principe is de politiek bij waterbeleid op de goede weg.

Helaas zijn er eerst vele catastrofen nodig geweest, om oude „groene“ oplossingen door te voeren.

Minder oppervlaktevervuiling, minder rechttrekken van rivieren, minder pesticiden, minder opwarming... dat is de goede weg!



Luchtvervuiling

Door het door de SDRP voorgestelde afstappen van aardolie als energiedrager en het overgaan op geothermische energie en waterstof, is luchtvervuiling geen thema meer.

Globaal bezien zullen de overige staten meegtrokken worden in deze ontwikkelingen omdat de kosten van deze energiebronnen zeer laag zijn.

Eenmaal te meer laat dit onderwerp het belang zien van het aanbrengen van randvoorwaarden in denkmodellen.



Afvalverwerking

In principe is het voorkomen van het produceren van afval en recycling juist. Alleen werd de weg daartoe verkeerd gekozen. Blikjesstatiegeld en 'GrŁner Punkt' (Duitsland, vert.) produceerden enorme kosten voor de burgers en bezorgen een paar ondernemingen met een concessie enorme winsten.

Uitgaand van een op het geheel-randvoorwaarden georiŽnteerde denktrant en het besef dat afval slecht is voor het milieu, komt de vraag op wat precies afval is.

Afval is alles wat op depotplekken of verbrandingsplekken wordt aangeleverd. En het is zaak de hoeveelheid daarvan zoveel mogelijk te beperken.

Afval wordt dan pas hinderlijk als de kosten om het te verwerken niet lonend zijn.

Dat is meestal het geval wanneer verschillende stoffen zo met elkaar verbonden zijn dat scheiden niet of slechts tegen hoge kosten kan plaatsvinden.

Maar hoe is de industrie te bewegen, geen moeilijk te scheiden materialen te gebruiken zonder te verliezen aan concurrentiekracht of innovativiteit?

Een aanzet tot een oplossing zou een belasting op primaire grondstoffen (bv. aardolie) kunnen zijn en een 'negatieve' belasting op secundaire grondstoffen (bv. recycling kunststof), waarbij de belastingen met elkaar verrekend worden.

Dat zou betekenen dat afval de status van secundaire grondstof zou krijgen en niet meer een nutteloos, overbodig iets.



Natuurbescherming

Politiek en economie moeten eindelijk eens de ecologische samenhangen gaan zien en daar naar handelen.

Natuur en milieu zijn de belangrijkste goederen die er op aarde zijn.

Wetenschappelijk zijn de samenhangen tussen micro- en macrowereld op z'n minst gedeeltelijk bekend. Bekend is ook dat er geen onkruid of schadelijke planten zijn, er is slechts een disbalans in de natuur. En deze disbalans wordt slechts door kortzichtig ingrijpen van de mens veroorzaakt.

De SDRP ziet het als haar opgave vanuit deze kennis zinvolle randvoorwaarden te creeŽren voor een praktische politiek.



Het houden van dieren

Het houden van dieren, of dat nu voor zakelijke doeleinden of privť gebeurt, moet altijd verantwoord gebeuren.

Het houden van dieren in stallen of hokken om daarmee de opbrengst te vergroten of een daling in de kosten te verkrijgen, kan niet langer getolereerd worden, want dieren zijn levende wezens met gevoelens en angsten.

Diertransport over lange afstanden is niet verdedigbaar, want ze lijden daardoor onnodig aan stress en krijgen onnodig kwalen.



Dierproeven

Dierproeven dienen tot het allernoodzakelijkst beperkt te worden. Daarbij moet gekeken worden naar de noodzakelijkheid van de te verkrijgen kennis. Zo is er bijvoorbeeld geen noodzakelijkheid kosmetische produkten op dieren te testen.

Kosmetische produkten welke samenstelling zo explosief is, dat dierproeven voor hun werkzaamheid of het aantonen van hun onschadelijkheid nodig zijn, zijn op zich al onnodig.

Ook op farmaceutische en medische gebied kan van dierproeven afgezien worden.

Daardoor stijgen weliswaar de ontwikkelingskosten, maar dat is geen reden om dierenleed te veroorzaken.





Verkeerspolitiek / goederenverkeer

Helaas veroorzaakt de EU en de toenemende globalisering een toename in het goederenverkeer. Dit goederenverkeer beperken door het instellen van invoerrechten (bv. tol voor vrachtwagens), spreekt de gedachte van vrijhandelszone en globalisering tegen.

Het moet de taak van de staat zijn, door slimme randvoorwaarden en verbetering van de infrastuctuur het goederenverkeer draagbaar te maken voor het milieu en daarbij kostengunstig te laten zijn.

Zo kan men constateren dat meer goederenverkeer per spoor kan gebeuren.

De stand van zaken valt precies te bestuderen en men kan slimme probleemoplossingen ontwikkelen.

De tot nu toe ingeslagen weg, niet gewenste ontwikkelingen kunstmatig duurder te maken, is de verkeerde weg. Beter zou het zijn, door nieuwe, innovatieve oplossingen, kostendalingen bij voor het milieu goede transportmiddelen te bereiken. Dat leidt dan ook tot milieuvriendelijke transportmiddelen.



Individueel personenverkeer

Zolang er geen werkelijk praktiseerbare concepten tot vermindering van het individuele personenverkeer ontwikkeld en ingevoerd zijn, is het niet verdedigbaar, het personenverkeer met chicanen, zoals kunstmatige parkeerruimte beperking of 'rode golven' te verminderen.

Eerder zouden op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau, economische en milieubeschermingsaspecten op de voorgrond gesteld moeten worden.



Openbaar personenverkeer

Het openbaar vervoer is tot op heden niet aantrekkelijk genoeg. Zowel voor de lange afstanden als de korte afstanden ontbreekt het aan prijs- en tijdvoordelen ten opzichte van de auto.

Zinvolle alternatieven als verzameltaxi's mogen niet langer geblokkeerd worden.

Verder is het zaak het openbaar vervoer concurerender te maken en niet de burgers door kunstmatige beperkingen tot overstappen te dwingen.





Economische politiek

Arbeids(markt)politiek

De industrie landen moeten zich losmaken van de gedachte van volledige werkgelegenheid. Volledige werkgelegenheid is, in de staat waar de wereld zich nu bevindt, onmogelijk. De inwoners-rijke landen in AziŽ groeien economisch alsook het voormalige Oostblok en de Derde Wereld. De productie bij volledige werkgelegenheid zou te groot zijn. Ook de steeds verdere automatisering maakt volledige werkgelegenheid onmogelijk.


Ter verzekering van de vrede -de sociale alswel die tussen staten onderling - moeten we voorkomen dat de (Nederlandse) bevolking afglijdt naar een twee-klassenmaatschappij, van hen die werk hebben en van anderen, die zogezegd 'onder de brug' moeten leven.


Het heeft zeker zin om in tijden van hoogconjunctuur druk uit te oefenen op werklozen zodat ze werk accepteren.

In tijden van massawerkloosheid is het echter het meest averechtse middel om de sociale vrede te bewaren. Want deze druk op, meestal werkwillige mensen, leidt tot ziekten, doet het prestatievermogen dalen, doet de criminaliteit stijgen, en leidt uiteindelijk tot verslaving en zelfmoord.


De enige weg uit deze situatie is de werklozen zo met financiŽle middelen te voorzien dat zij een zinnige vrijetijdsbesteding kunnen hebben.


Onder 'zinvolle vrijetijdsbesteding' wordt in deze verstaan, het deelnemen aan verenigingen, sociale instellingen, politieke partijen, kunst en cultuur, om maar enkele te noemen.

Beroepsmatig kunnen blijft hierdoor behouden, het bijhouden van technische veranderingen wordt gevraagd, punktualiteit en het op iemand kunnen vertrouwen blijven door het samen werken in takt en het gevoel van eigenwaarde blijft door de zinvolle, nuttige arbeid bewaard.


Ook het werkende deel van de bevolking profiteert van deze oplossing, want zo zou de ontslagsbescherming (kundigungsschutz?) verregaand losgelaten kunnen worden. Tijdelijk werk en werk op project-matige basis zouden zo eenvoudiger worden.

Een pluspunt van belang voor de economie is ook de stijging van de binnenlandse vraag. Want een onbemiddelde werkloze heeft evenwel een hoog behoefte aan economische goederen, maar geen koopkracht. Hij valt als consument praktisch uit.

Nu zou het wel asociaal zijn tegenover de in het arbeidsleven staande personen, de werkloze, zijn geld te geven, terwijl de anderen hun inkomen in het 'zweet hunner aanschijns' moeten verdienen.

De oplossing bestaat in het toekennen van een basisinkomen. Dit basisinkomen wordt onafhankelijk van leeftijd, inkomen of arbeids-geschiktheid aan elke burger in gelijke mate uitbetaald.

De hoogte van het basisinkomen moet zo bepaald zijn, dat een bescheiden bestaan, welke toch duidelijk boven die van de huidige uitkering ligt, mogelijk is.

Als graadmeter voor het basisinkomen kan een vast percentage van het sociaal product gebruikt worden.

Het basisinkomen maakt daarbij ook mogelijk lonen belastingvrij en arbeidsverhoudingen meldings-vrij te maken. Daar volgt, naast een enorme vermindering van de nevenkosten van loon, een verregaande integratie van het zwart werk in het belastingsysteem uit. De inkomensongelijkheid wordt ten minste aan de kant van de laagste lonen sector bij gelijktijdige arbeidsmarkt-flexibilisering, iets minder en het werk dat voorhanden is, beter verdeeld.

Dat leidt, op zijn beurt, tot verhoging van de binnenlandse vraag.

De hoge kosten van het beheer van de werkloosheid vallen weg evenals de loonbelasting-plaatsen bij de financiŽle overheidsorganen. Verder kunnen de DMO's gesloten worden. Hetzelfde geldt voor de instellingen voor huursubsidie. Kinderbijslag en leerlingenondersteuning zijn ook niet meer nodig en de uitkering-verzekerings-instellingen kunnen na het afhandelen van het laatste werk, gesloten worden.



Privatiseringen

De opgave van de staat bestaat enkel en alleen daarin de burgers te dienen. Dienen, dwz. zorgdragen voor een goed, veilig, geweldloos en sociaal uitgewogen samenleven.

In geen geval heeft de staat een doel in zichzelf, is het een economische onderneming of een zelfbedieningswinkel.

Uit deze definitie volgt welke economische en beheer-gebieden er in de handen van de staat kunnen blijven en welke het private toebehoren.

Daarbij moet men altijd rekening houden met het feit dat geprivatiseerde ondernemingen altijd winst zullen nastreven. Dat geldt zowel voor de kostenkant als de opbrengstkant.

Op alle gebieden die een sociale component in zich dragen, kan het in het algemeen nuttig zijn, dat de staat concurrentie-verscherping en prijsregulering van ondernemingen promoveert, bv. in het bankwezen, farmaceutische ondernemingen, telecommunicatie, energie-leverantie, vrijetijds-instellingen, openbaar-personen-verkeer en weg- en water-bouw.

Als laatste moet er vastgesteld worden dat de staat met vertrouwens-geld (belasingen) financiert en dat deze met deze middelen effectief en kostenbewust moet omgaan.



Staatsschuld

De staatsschuld is tot buigen of barsten terug te brengen. Het is niet rechtvaardig onze kinderen en kindskinderen een dergelijke negatieve erfenis over te dragen waarin slechts enkelen in weelde kunnen leven.

Denkbaar zou bv. een belasting zijn voor winst van banken en speculaties.



Belasting-verspilling

Belasting-gelden zijn het eigendom van de belastingbetaler en zijn in vertrouwen aan de staat ter beschikking gesteld.

Daar hebben de daarvoor aangestelde personen rekening mee te houden.

Daarom zijn zij verplicht tot een goed doordacht aanschaffings-beleid, vooruitziende planning, breed denken en -niet als laatste- een goede boekhouding.

Op bezwaren van de algemene rekenkamer moet in principe een opsporings-onderzoek van het openbaar ministerie volgen; verder valt te onderzoeken of civielrechtelijke aanspraken geldend gemaakt kunnen worden. De daarvoor benodigde wetsveranderingen moeten onmiddellijk worden doorgevoerd.



Belastingen en aangiften

Eťn van de grootste fouten in ons belasting-systeem is het belasten van menselijke arbeid.

Te kunnen en mogen werken is ťťn van de meest elementaire grondrechten van de mensen en is als de lucht die we inademen. En om deze grondrechten te belasten is mensonterend.

Dat werk niet aan het staatsbestel hoeft bij te dragen! De productiviteit levert de maatschappelijk noodzakelijke bijdrage.

Iets wat dat goed aantoont is bv. de landbouw. Laten we ons een boer voorstellen die een half jaar hard op zijn akkers gewerkt heeft en kort voor de oogst wordt deze door een onweer vernielt.

Hij heeft hard gewerkt, maar heeft, zonder hier schuldig aan te zijn, geen opbrengst. Moet de boer dan toch belasting en sociale premie voor zijn hulp betalen?

Ontdekt dezelfde boer op zijn akker echter geheel toevallig een oliebron, dan heeft hij zonder veel werk een enorme productiviteit en een navenant inkomen, zonder daarvoor noemenswaardig veel loonbelasting en sociale premie te hoeven betalen.

Deze beide voorbeelden laten de dwaasheid zien van het belasten van de factor arbeid.

Daar echter loonbelasting en sociale premies niet zonder vervanging kunnen worden afgeschaft, is er de mogelijkheid tot omslag op de BTW. Loon-, inkomens-belasting is progressief, om een zo groot mogelijk sociale gelijkheid te verkrijgen. Deze sociale gelijkheid is in het nieuwe systeem, door een verhoogde BTW toelage op luxe-goederen en kapitaal-opleveringen binnen het BTW systeem, probleemloos te realiseren.

Bijzondere belastingen, zoals bv. de belasting op tabak, brandewijn en bier moeten nader bekeken worden en worden afgeschaft of bijgesteld.

De eco-tax met zijn vele uitzonderingen bemoeilijkt de concurrentie.

Willen we een milieuvriendelijke politiek hebben, dan moeten daarvoor de randvoorwaarden geschapen worden. Het kan niet zo zijn dat kerosine anders belast wordt als de stroom voor de spoorwegen of de brandstof voor auto's en bussen. Een aanzet tot een oplossing zou zijn alle niet-hernieuwbare energiebronnen, zoals aardolie, even zwaar te belasten.


Verder zouden belastingen en premies naar het veroorzakings-principe moeten worden toegepast en geheven.

Een vereenvoudiging van het belasting-systeem met de daarbij horende kosten-reductie is beslist noodzakelijk.

Subsidies

Subsidieregelingen, die foute ontwikkelingen moeten corrigeren, zijn niet goed.

Als er foute ontwikkelingen ontstaan zijn de randvoorwaarden niet in orde. Slechts wanneer de randvoorwaarden niet corrigeerbaar zijn, zijn subsidieregelingen toe te passen.

Daarbij moet men eraan denken dat subsidies ook op meerdere wijzen indirect kunnen zijn. Zo is de huursubsidie indirect een subsidie voor de onroerendgoed sector omdat anders de hoge huren niet betaalbaar zouden zijn.

Als er geen huursubsidie betaald zou worden, dan zou er leegstand dreigen voor de duurdere woningen; de huren zouden dalen.

Kloppen de randvoorwaarden niet, bv. wanneer de opbrengsten op de kapitaalmarkt te hoog liggen en daardoor de verhuur van woonruimte in vergelijk met de rente niet lucratief is, is huursubsidie een goede oplossing. Alleen voor zolang dat de randvoorwaarden, in het voorbeeld het rente-niveau, niet gecorrigeerd zijn.


Absoluut onhoudbaar zijn de subsidies voor het behoud van arbeidsplaatsen zoals bv. in de steenkool mijnbouw.

Het zou veel goedkoper zijn de kompels de keuze vrij te laten, in plaats van hen werk te laten doen op steenkoolbergen dat hun gezondheid kan schaden.

Gedifferentieerder is het subsidie in de vorm van risico-kapitaal ter beschikking te stellen. Daarbij valt in het bijzonder te bekijken of de te subsidieŽren onderneming met vergelijkbaar economisch risico de ontwikkeling zonder hulp van staatswege kan uitvoeren. Daarbij moet men het gehele bedrijf in ogenschouw nemen, niet alleen de dochteronderneming die de aanvraag doet.

Zeer onverstandig is het, dat men aan een "bank met aangesloten elektro-bedrijf" jaar in jaar uit subsidies verschaft ook voor kleinere ontwikkelingen, welke ook nog eens niet terugbetaald hoeven worden.

Ook voor wat betreft de landbouw-subsidies, moeten deze afgebouwd worden, ook ivm. overcapaciteit.

Nadat echter gedurende vele decennia het aanpassings-proces van de subsidies niet heeft plaats gehad, moet de afbouw gepaard gaan met een aanpassing van de randvoorwaarden.



Invoerrechten

Handels-beperkingen zijn contra-productief - en invoerrechten - zijn handels-beperkingen. De administratie-kosten zijn, voor m.n. middelgrote bedrijven, immens.

Invoerrecht-beperkingen moeten, zo veel mogelijk, teruggebracht worden; om de beheer-kosten zo laag mogelijk te houden.


Translated by Hans van de Sande
Sociale Democratische Rechtvaardigheids Partij
Partei sozial gerechter Demokratie
PlatenstraŖe 21
91054 Erlangen
Duitsland
Email: info@psgd.info
Homepage: www.psgd.info