deutsch
deutsch
new
english
english
 
по-украінскії
по-украінскії
 
по-русский
по-русский
 
nederlands
nederlands
 
português
português
 
le français
français
 
español
español
 
italiano
italiano
 
türkçe
türkçe
 
 OVER ONS    PROGRAMMA     DOWNLOADS     PARTIJ     AKTUELLES     MITGLIEDER     FORUM     SERVICE     KONTAKT     DATENSCHUTZ   
 overzicht 
 
 Buitenlandse politiek 
 Onderwijspolitiek 
 Ethiek en moraal 
 Binnenlandse politiek 
 Rechtspolitiek 
 Cultuurpolitiek 
 Sociale politiek 
 Milieu- en dierbescherming 
 Verkeerspolitiek 
 Economische politiek 
 

Economische politiek

Arbeids(markt)politiek

De industrie landen moeten zich losmaken van de gedachte van volledige werkgelegenheid. Volledige werkgelegenheid is, in de staat waar de wereld zich nu bevindt, onmogelijk. De inwoners-rijke landen in Azië groeien economisch alsook het voormalige Oostblok en de Derde Wereld. De productie bij volledige werkgelegenheid zou te groot zijn. Ook de steeds verdere automatisering maakt volledige werkgelegenheid onmogelijk.


Ter verzekering van de vrede -de sociale alswel die tussen staten onderling - moeten we voorkomen dat de (Nederlandse) bevolking afglijdt naar een twee-klassenmaatschappij, van hen die werk hebben en van anderen, die zogezegd 'onder de brug' moeten leven.


Het heeft zeker zin om in tijden van hoogconjunctuur druk uit te oefenen op werklozen zodat ze werk accepteren.

In tijden van massawerkloosheid is het echter het meest averechtse middel om de sociale vrede te bewaren. Want deze druk op, meestal werkwillige mensen, leidt tot ziekten, doet het prestatievermogen dalen, doet de criminaliteit stijgen, en leidt uiteindelijk tot verslaving en zelfmoord.


De enige weg uit deze situatie is de werklozen zo met financiële middelen te voorzien dat zij een zinnige vrijetijdsbesteding kunnen hebben.


Onder 'zinvolle vrijetijdsbesteding' wordt in deze verstaan, het deelnemen aan verenigingen, sociale instellingen, politieke partijen, kunst en cultuur, om maar enkele te noemen.

Beroepsmatig kunnen blijft hierdoor behouden, het bijhouden van technische veranderingen wordt gevraagd, punktualiteit en het op iemand kunnen vertrouwen blijven door het samen werken in takt en het gevoel van eigenwaarde blijft door de zinvolle, nuttige arbeid bewaard.


Ook het werkende deel van de bevolking profiteert van deze oplossing, want zo zou de ontslagsbescherming (kundigungsschutz?) verregaand losgelaten kunnen worden. Tijdelijk werk en werk op project-matige basis zouden zo eenvoudiger worden.

Een pluspunt van belang voor de economie is ook de stijging van de binnenlandse vraag. Want een onbemiddelde werkloze heeft evenwel een hoog behoefte aan economische goederen, maar geen koopkracht. Hij valt als consument praktisch uit.

Nu zou het wel asociaal zijn tegenover de in het arbeidsleven staande personen, de werkloze, zijn geld te geven, terwijl de anderen hun inkomen in het 'zweet hunner aanschijns' moeten verdienen.

De oplossing bestaat in het toekennen van een basisinkomen. Dit basisinkomen wordt onafhankelijk van leeftijd, inkomen of arbeids-geschiktheid aan elke burger in gelijke mate uitbetaald.

De hoogte van het basisinkomen moet zo bepaald zijn, dat een bescheiden bestaan, welke toch duidelijk boven die van de huidige uitkering ligt, mogelijk is.

Als graadmeter voor het basisinkomen kan een vast percentage van het sociaal product gebruikt worden.

Het basisinkomen maakt daarbij ook mogelijk lonen belastingvrij en arbeidsverhoudingen meldings-vrij te maken. Daar volgt, naast een enorme vermindering van de nevenkosten van loon, een verregaande integratie van het zwart werk in het belastingsysteem uit. De inkomensongelijkheid wordt ten minste aan de kant van de laagste lonen sector bij gelijktijdige arbeidsmarkt-flexibilisering, iets minder en het werk dat voorhanden is, beter verdeeld.

Dat leidt, op zijn beurt, tot verhoging van de binnenlandse vraag.

De hoge kosten van het beheer van de werkloosheid vallen weg evenals de loonbelasting-plaatsen bij de financiële overheidsorganen. Verder kunnen de DMO's gesloten worden. Hetzelfde geldt voor de instellingen voor huursubsidie. Kinderbijslag en leerlingenondersteuning zijn ook niet meer nodig en de uitkering-verzekerings-instellingen kunnen na het afhandelen van het laatste werk, gesloten worden.



Privatiseringen

De opgave van de staat bestaat enkel en alleen daarin de burgers te dienen. Dienen, dwz. zorgdragen voor een goed, veilig, geweldloos en sociaal uitgewogen samenleven.

In geen geval heeft de staat een doel in zichzelf, is het een economische onderneming of een zelfbedieningswinkel.

Uit deze definitie volgt welke economische en beheer-gebieden er in de handen van de staat kunnen blijven en welke het private toebehoren.

Daarbij moet men altijd rekening houden met het feit dat geprivatiseerde ondernemingen altijd winst zullen nastreven. Dat geldt zowel voor de kostenkant als de opbrengstkant.

Op alle gebieden die een sociale component in zich dragen, kan het in het algemeen nuttig zijn, dat de staat concurrentie-verscherping en prijsregulering van ondernemingen promoveert, bv. in het bankwezen, farmaceutische ondernemingen, telecommunicatie, energie-leverantie, vrijetijds-instellingen, openbaar-personen-verkeer en weg- en water-bouw.

Als laatste moet er vastgesteld worden dat de staat met vertrouwens-geld (belasingen) financiert en dat deze met deze middelen effectief en kostenbewust moet omgaan.



Staatsschuld

De staatsschuld is tot buigen of barsten terug te brengen. Het is niet rechtvaardig onze kinderen en kindskinderen een dergelijke negatieve erfenis over te dragen waarin slechts enkelen in weelde kunnen leven.

Denkbaar zou bv. een belasting zijn voor winst van banken en speculaties.



Belasting-verspilling

Belasting-gelden zijn het eigendom van de belastingbetaler en zijn in vertrouwen aan de staat ter beschikking gesteld.

Daar hebben de daarvoor aangestelde personen rekening mee te houden.

Daarom zijn zij verplicht tot een goed doordacht aanschaffings-beleid, vooruitziende planning, breed denken en -niet als laatste- een goede boekhouding.

Op bezwaren van de algemene rekenkamer moet in principe een opsporings-onderzoek van het openbaar ministerie volgen; verder valt te onderzoeken of civielrechtelijke aanspraken geldend gemaakt kunnen worden. De daarvoor benodigde wetsveranderingen moeten onmiddellijk worden doorgevoerd.



Belastingen en aangiften

Eén van de grootste fouten in ons belasting-systeem is het belasten van menselijke arbeid.

Te kunnen en mogen werken is één van de meest elementaire grondrechten van de mensen en is als de lucht die we inademen. En om deze grondrechten te belasten is mensonterend.

Dat werk niet aan het staatsbestel hoeft bij te dragen! De productiviteit levert de maatschappelijk noodzakelijke bijdrage.

Iets wat dat goed aantoont is bv. de landbouw. Laten we ons een boer voorstellen die een half jaar hard op zijn akkers gewerkt heeft en kort voor de oogst wordt deze door een onweer vernielt.

Hij heeft hard gewerkt, maar heeft, zonder hier schuldig aan te zijn, geen opbrengst. Moet de boer dan toch belasting en sociale premie voor zijn hulp betalen?

Ontdekt dezelfde boer op zijn akker echter geheel toevallig een oliebron, dan heeft hij zonder veel werk een enorme productiviteit en een navenant inkomen, zonder daarvoor noemenswaardig veel loonbelasting en sociale premie te hoeven betalen.

Deze beide voorbeelden laten de dwaasheid zien van het belasten van de factor arbeid.

Daar echter loonbelasting en sociale premies niet zonder vervanging kunnen worden afgeschaft, is er de mogelijkheid tot omslag op de BTW. Loon-, inkomens-belasting is progressief, om een zo groot mogelijk sociale gelijkheid te verkrijgen. Deze sociale gelijkheid is in het nieuwe systeem, door een verhoogde BTW toelage op luxe-goederen en kapitaal-opleveringen binnen het BTW systeem, probleemloos te realiseren.

Bijzondere belastingen, zoals bv. de belasting op tabak, brandewijn en bier moeten nader bekeken worden en worden afgeschaft of bijgesteld.

De eco-tax met zijn vele uitzonderingen bemoeilijkt de concurrentie.

Willen we een milieuvriendelijke politiek hebben, dan moeten daarvoor de randvoorwaarden geschapen worden. Het kan niet zo zijn dat kerosine anders belast wordt als de stroom voor de spoorwegen of de brandstof voor auto's en bussen. Een aanzet tot een oplossing zou zijn alle niet-hernieuwbare energiebronnen, zoals aardolie, even zwaar te belasten.


Verder zouden belastingen en premies naar het veroorzakings-principe moeten worden toegepast en geheven.

Een vereenvoudiging van het belasting-systeem met de daarbij horende kosten-reductie is beslist noodzakelijk.

Subsidies

Subsidieregelingen, die foute ontwikkelingen moeten corrigeren, zijn niet goed.

Als er foute ontwikkelingen ontstaan zijn de randvoorwaarden niet in orde. Slechts wanneer de randvoorwaarden niet corrigeerbaar zijn, zijn subsidieregelingen toe te passen.

Daarbij moet men eraan denken dat subsidies ook op meerdere wijzen indirect kunnen zijn. Zo is de huursubsidie indirect een subsidie voor de onroerendgoed sector omdat anders de hoge huren niet betaalbaar zouden zijn.

Als er geen huursubsidie betaald zou worden, dan zou er leegstand dreigen voor de duurdere woningen; de huren zouden dalen.

Kloppen de randvoorwaarden niet, bv. wanneer de opbrengsten op de kapitaalmarkt te hoog liggen en daardoor de verhuur van woonruimte in vergelijk met de rente niet lucratief is, is huursubsidie een goede oplossing. Alleen voor zolang dat de randvoorwaarden, in het voorbeeld het rente-niveau, niet gecorrigeerd zijn.


Absoluut onhoudbaar zijn de subsidies voor het behoud van arbeidsplaatsen zoals bv. in de steenkool mijnbouw.

Het zou veel goedkoper zijn de kompels de keuze vrij te laten, in plaats van hen werk te laten doen op steenkoolbergen dat hun gezondheid kan schaden.

Gedifferentieerder is het subsidie in de vorm van risico-kapitaal ter beschikking te stellen. Daarbij valt in het bijzonder te bekijken of de te subsidieëren onderneming met vergelijkbaar economisch risico de ontwikkeling zonder hulp van staatswege kan uitvoeren. Daarbij moet men het gehele bedrijf in ogenschouw nemen, niet alleen de dochteronderneming die de aanvraag doet.

Zeer onverstandig is het, dat men aan een "bank met aangesloten elektro-bedrijf" jaar in jaar uit subsidies verschaft ook voor kleinere ontwikkelingen, welke ook nog eens niet terugbetaald hoeven worden.

Ook voor wat betreft de landbouw-subsidies, moeten deze afgebouwd worden, ook ivm. overcapaciteit.

Nadat echter gedurende vele decennia het aanpassings-proces van de subsidies niet heeft plaats gehad, moet de afbouw gepaard gaan met een aanpassing van de randvoorwaarden.



Invoerrechten

Handels-beperkingen zijn contra-productief - en invoerrechten - zijn handels-beperkingen. De administratie-kosten zijn, voor m.n. middelgrote bedrijven, immens.

Invoerrecht-beperkingen moeten, zo veel mogelijk, teruggebracht worden; om de beheer-kosten zo laag mogelijk te houden.